Aan het eind van een opdracht kijk je terug. Wat ging goed, wat liep stroef, wat doe ik volgende keer anders? Bij mij komt daar steevast een lijstje uit met dingen die ik beter moet aanpakken. Eerder beginnen, strakker plannen, duidelijker afbakenen.
Vaak mis ik dan nog iets, want je eigen blinde vlek zie je per definitie niet. Daarom ben ik voorstander van 360 graden feedback, niet vanwege het formulier, maar omdat collega’s en klanten dingen benoemen waar ik overheen kijk. Daar komt zonder uitzondering iets uit dat ik zelf nooit had opgeschreven.
En toch klopt er dan nog iets niet. Want de vraag “wat kan ik beter doen?” gaat er stilzwijgend van uit dat ik het hoe dan ook zelf blijf doen.
Iets anders kan ook iemand anders betekenen
Je bent verantwoordelijk voor je eigen dossiers, je eigen planning, je eigen kwaliteit. Dat maakt je zelfstandig en dat is ook de kracht van een goede accountant. Maar het maakt van elk knelpunt automatisch een persoonlijk probleem.
Het resultaat van een eerlijke terugblik is dan een lijstje dat volledig over jou gaat. Strakker plannen. Eerder nee zeggen. Beter voorbereiden. Stuk voor stuk terecht, en toch sta jij in al die punten als vaste factor in de vergelijking. Alleen de manier waarop je het doet verandert.
Er is een uitkomst die ik zelf zelden serieus overweeg: dat de taak moet gebeuren, maar niet door mij. Niet omdat ik het niet kan, maar omdat een ander het beter kan, sneller doet of er simpelweg meer plezier in heeft. Dat voelt ongemakkelijk. Het klinkt als toegeven dat je tekortschiet. Terwijl het misschien wel het scherpste inzicht is dat reflectie kan opleveren.
Als ik het niet doe, wie dan wel?
Dit is mijn grootste valkuil. Zoveel goede ideeën en initiatieven, en nog steeds net zoveel uren in een dag als vorig jaar. Langzaam vult mijn agenda zich, tot hij té vol is. In mijn rol als teamleider heb ik vaak het idee dat er niemand is, omdat iedereen al vol zit. Dan neem ik het er zelf maar bij. Maar betekent dat écht dat er niemand is?
Wat ik eigenlijk denk, is dit: er is niemand die het kan zoals ik het nu doe, in het tempo waarin ik het nu doe. Dat is iets anders. Soms is het antwoord dat de taak later mag, of kleiner mag, of helemaal niet hoeft. En soms is er wel iemand, maar heb ik het hem nooit gevraagd omdat ik al voor hem had bedacht dat het niet zou passen. Soms blijft het antwoord dat ik het zelf doe. En dat mag, zolang het een keuze is en niet iets wat me overkomt omdat ik de vraag nooit heb gesteld.
Om hulp vragen is geen zwakte
Ik heb netwerken lang gezien als een soort zwakte. Alsof om hulp vragen betekende dat je het zelf niet kon. Inmiddels denk ik daar precies andersom over. Weten wie of wat je nodig hebt om jezelf aan te vullen, dat is geen zwakte maar kracht. Het vraagt namelijk dat je eerlijk naar jezelf kijkt en erkent waar je grenzen liggen.
In de audit waren belastingen nooit mijn sterkste kant. Ik kwam er wel doorheen, maar het kostte me onevenredig veel tijd en het resultaat was hooguit voldoende. Op een gegeven moment ben ik dat gewoon gaan zeggen en heb ik de fiscalist eerder in het proces betrokken. Het dossier werd er beter van en ik hield tijd over voor het werk waar ik wél goed in ben.
Het gekke is dat we dit in de controle allang normaal vinden. Niemand verwacht dat je zelf de IT-omgeving doorgrondt of een complexe waardering onderbouwt. Daar haal je de IT-auditor of de waarderingsspecialist bij. We accepteren moeiteloos dat het dossier beter wordt van specialisme. Alleen bij ons eigen werk doen we precies het omgekeerde en blijven we aanmodderen.
Iemand anders kan ook iemand buiten de organisatie betekenen
Ook een organisatie kan zich afvragen wat ze beter moet doen, en vergeten te vragen wie het beter kan. Ik zie het bij kantoren die alles binnen de eigen muren willen houden. Eigen tooling, een eigen adviestak, elk vraagstuk zelf oppakken. Dat voelt comfortabel, want je houdt de regie in eigen hand.
Dat is ook de afweging die wij bij Milestones hebben gemaakt. We beperken ons bewust tot de kern en laten de rest aan partijen die daar beter in zijn dan wij. Een alles-in-één-oplossing klinkt op papier prettig, maar in de praktijk is dan alles prima en geen enkel onderdeel echt goed. En prima is een prettige plek om te blijven zitten, alleen zelden de plek waar je beter van wordt.
Wie kan dit beter dan ik?
Samenwerken is niet het tegenovergestelde van zelfstandig zijn. Het is wat zelfstandige professionals doen zodra ze eerlijk genoeg zijn om te erkennen dat ze elkaar nodig hebben.
De lastigste vraag uit dit hele stuk is dan ook niet wat jij beter kunt doen, maar wie dit beter kan dan jij. En zodra jij die vraag hardop stelt, geef je iedereen om je heen toestemming om hem ook te stellen. Dat is het moment waarop verandering groter wordt dan wat één persoon had kunnen bereiken.
